Wintertafereel

Onder daken
is ijs en sneeuw snel vergeten
Heengegaan als een dief in de nacht.

Vuur onder laken
Hoofd een onderbuik
Angst ontdooit.

Zacht gekwetter van een merel.
Versterkt de overgebleven stilte.

Omkeren is niet mogelijk.

 

 

 

 

 

Tegen beter weten

Tegen beter weten
Zal ik meer hopen
Te koop lopen
En uitstallen van geluk

Meer verlangen
Terwijl ik weet
Dat houden van heet
Dat je alleen zult zijn.

Dat wanneer je ziek bent
Er niemand zal zijn
Die je afhoudt van die pijn,
Niemand die je zal redden.

Alleen dat besef, dat alleen zijn
Zal je redden in de dood,
Lijden als eeuwig brood,
Als je dat herkent, heb je

Je grootste geluk gevonden.
Uitstallen is niet meer nodig,
Te koop lopen overbodig,
Maar je zult altijd goed gevoed zijn.

 

 

 

 

 

 

Duty Free

Ik probeer mijn handschrift
Onherkenbaar te veranderen,

Niemand hoeft ’t te lezen, en zo:
Ontsla ik me van verdere verplichtingen

In ruimte blijft alles onveranderd.

Niemand weet dat ik lieg.

 

 

 

 

 

 

Laat me

Het duizelt me,
Als er weer wat van me afvalt.
Twijfel ontluikt: een vergeten bloem.

Allerminst rust,

Laat me gaan,
Laat me los,
Laat me.

 

 

 

 

 

Lappenpop

Ik stamel betekenisloze woorden,
Als een lappen pop,
Slap, levenloos, versleten van
Het vele grijpen, week van verlangen.

 

 

 

 

 

Moment

Elk moment bang
Herkend te worden,
Erkenning zoekend, te
Ademen en adem
Benemen.

Elk moment wordt
Duur verkocht.

 

 

 

 

 

Onveranderlijk

‘t Groen lost op
in zilveren schittering,
bomen een zegen van
’t Zicht.

Eigenlijk heel gewoon.

 

 

 

 

 

Tegelijk

Zwaar bevochten vorm,
woorden. Niet
voor niets en
alles komt te-
gelijk na decennia
geduld.

 

 

 

 

 

Voetafdruk

Blik van steen,
Vol oordeel en spot.

Je betaalt en
Betaalt totdat je de schellen
Afvallen:

Voetafdruk van de
Verscholen olifant
In mijn hart.